Vlak na de Ronde van de Algarve en net voor Omloop Het Nieuwsblad maakte wielrenner Jordi Meeus tijd voor een videogesprek met superfan Jules. Hij vertelde over zijn beginjaren als renner, zijn overwinningen en waarom plezier maken op de fiets zo belangrijk is.
Lommelaar Jordi Meeus is al enkele jaren een vaste waarde bij het team Red Bull – BORA – Hansgrohe. Afgelopen seizoen schreef hij heel wat overwinningen op zijn naam. Kinderraadslid Jules volgt de prestaties van Jordi op de voet en was dan ook in de wolken dat hij zijn idool mocht bellen voor een interview.
Wanneer wist je dat je wielrenner wilde worden?
“Dat besef kwam pas redelijk laat. Ik kreeg mijn eerste koersfiets toen ik zes was. Veel heb ik daar toen niet op gereden. Ik vond fietsen wel leuk, maar gebruikte vooral mijn gewone fiets om ergens naartoe te gaan. Het werd pas serieuzer toen ik ongeveer tien jaar was. Toen begonnen de microben echt te kriebelen en reed ik ook mijn eerste wedstrijden.”
Wat is jouw favoriete koers?
“Parijs-Roubaix. Die koers ligt mij redelijk goed en is heel mooi om te rijden. Het is ook één van de grootste en bekendste koersen. Natuurlijk is het een doel om die ooit te winnen. Of dat lukt, is nog af te wachten.”
Wie was jouw held toen je klein was?
“Tom Boonen was mijn grote held en natuurlijk ook de beste van die tijd. Door hem ben ik nog meer gaan fietsen.”

Een koers kunnen winnen van al die toprenners geeft natuurlijk een heerlijk gevoel.
Hoe blij was je toen je een etappe won in de Tour de France?
“Heel blij, ik had het niet verwacht. De koers lag mij wel en de benen zaten goed, maar dat is bij de rest ook. Een koers kunnen winnen van al die toprenners geeft natuurlijk een heerlijk gevoel.”
Ben je al eens gevallen met de fiets?
“Ja, al vaak. De laatste tijd is het gelukkig minder. Vallen hoort jammer genoeg bij de sport, zeker in de koers. Daar gebeuren soms valpartijen op de drukke momenten, zoals in de sprint of door een kleine technische fout. Dat maakt de sport ook weer zo spannend.”
Hoeveel uur per dag train je ongeveer?
“Dat is afhankelijk van welke training op de planning staat. Soms is dat een lange training, soms een korte. Meestal ben ik zes van de zeven dagen aan het trainen. Die ene rustdag is dan echt even genieten.”
Woon jij nog in Lommel?
“Ja, ik woon in Lommel. Ik ben alleen heel vaak weg om te gaan trainen of een wedstrijd te rijden. Ik ben ongeveer 220 dagen per jaar van huis weg, dus heel vaak ga je mij niet tegenkomen.”
Wat is jouw favoriete plek om te fietsen?
“Lommel natuurlijk! Als het niet te koud is (lacht). Langs het kanaal fietsen vind ik het leukste. Lekker rustig en perfect voor een goede intervaltraining. Dat is wanneer je stukken heel hard moet rijden en soms wat rustiger. In de winter train ik vooral in Spanje. Daar is het warmer, wat ik fijn vind.”
Het belangrijkste is om het leuk te houden en veel plezier te hebben.
Wat is het grappigste dat je ooit meemaakte tijdens een koers?
“Ik heb al heel veel grappige dingen meegemaakt op de fiets. Het grappigste vind ik toch wel de supporters die langs de kant staan te barbecueën en ons iets willen aanbieden. Meestal is dat een pintje en een worstje. Zelf neem ik niets aan, maar ik ken wel renners die durven te stoppen om stiekem een worstje te eten.”
Wat vind je leuker: alleen trainen of met je team?
“Met het team! Zeker tijdens een lange training is het leuk om met iemand te kunnen praten en wat af te wisselen. Ik heb ook echt een gezellig team, waarmee ik graag samen dingen doe.”
Welke tip heb je voor kinderen die ook heel goed willen leren fietsen?
“Het belangrijkste is om het leuk te houden en veel plezier te hebben. Van andere dingen genieten is natuurlijk ook van groot belang. Als het dan toch iets serieuzer wordt, zou ik als tip geven om een goed ritme te houden. Niet alleen tijdens trainingen, maar ook in het dagelijks leven. Maar toch is plezier hebben het belangrijkste!”
