Wat je in handen hebt, is het laatste Stadsmagazine in de deze opmaak. Vanaf september zal het er helemaal anders uitzien. Wij vonden dit het ideale moment om eens terug te blikken op zeven jaar Stadsmagazine (voorheen Info Lommel). Daarom zochten de redacteurs van vroeger en nu gesprekspartners op die indruk hebben gemaakt. We vroegen hen wat het artikel indertijd voor hen heeft betekend en hoe het nu met hen gaat.
DE TOEKOMST ZIET ER ZONNIG UIT
Tijdens mijn redactiejaren kon ik heel wat boeiende mensen interviewen. Een gesprek dat me bijbleef is dat met Marion Van Zon, CEO van het familiebedrijf ‘Horeca Van Zon’. Niet lang na ons interview in september 2023 sleepte ze twee prestigieuze ondernemersprijzen in de wacht. De vinger aan de Lommelse pols houden, dat is wat we deden. En nog steeds doen.
Marion ontvangt ons even stralend als drie jaar geleden. “Ik weet het zeker nog”, zegt ze. “Onze medewerkers vonden het artikel zeer leuk. Een opsteker. Heel wat mensen in Lommel vertelden me dat het verduidelijkend was, over wat we hier elke dag doen.”
Het interview in 2023 leek wel een voorbode van het prachtige jaar dat 2024 zou worden.
“Eerst was er De Fakkel van Voka Limburg, voor het Limburgse familiebedrijf dat een uitzonderlijke staat van dienst combineert met een verstandige manier om de continuïteit te garanderen. Daar had ik een heel mooi verhaal: ik ben de derde generatie, mijn beide ouders leven nog en de vierde generatie zoekt stilletjes zijn weg.”
Onze medewerkers vonden het artikel zeer leuk. Een opsteker.

Hoe trots waren je ouders?
“Ze blonken van trots. Het is ook een stuk hun verdienste. Zij hebben zelf ooit dat traject voor mij in gang gezet.”
Niet lang daarna mocht je de Ondernemersprijs Herman Dessers van Voka/VKV Limburg in ontvangst nemen. Is de ene prijs belangrijker dan de andere?
“Ze zijn allebei belangrijk. De Ondernemersprijs Herman Dessers is prestigieus. Daar kan je mee uitpakken. Het bedrijf wordt dan helemaal doorgelicht. Voor ons als familie, voor onze familiewaarden, heeft De Fakkel een diepere betekenis.”
De tevredenheid van de klanten én van de medewerkers. Zijn dat de twee belangrijkste pijlers voor het bedrijf?
“Zeker. We zijn een super commerciële organisatie. Onze klanten hebben geen contract met Van Zon. Ze komen bij ons omdat ze vinden dat we een gezond, correct en duurzaam bedrijf zijn. We moeten er elke dag een beetje bovenuit springen. Maar we zijn natuurlijk niets zonder onze mensen. Ze blijven onze ‘zonnetjes’.”
Stel: we komen over drie jaar nog eens terug. Wat zou je dan verwezenlijkt willen zien?
“Tegen die tijd zou ik stappen willen zien naar de volgende generatie. Ik word dan bijna vijftig, mijn zoon dertig. Hij heeft zijn tak binnen het bedrijf met zijn start-up Snackdeals. Hij zit goed in opleiding. Dan kunnen we concrete stappen zetten voor de toekomst.”
(Rudi)
HERENIGD MET FAMILIE UIT GAZA
In december 2024 maakte ik kennis met Baraa Mohammed Jaber. Als 16-jarige vluchtte hij uit Gaza en vond hij in Lommel bij Katrien en Jan een veilige en warme thuis. Hij vertelde toen over zijn kersttradities, maar ook over zijn grote zorgen om zijn ouders. Ik zocht hem opnieuw op om te horen hoe het vandaag met hem gaat.

Is er veel veranderd?
“Eigenlijk niet. Ik studeerde af aan de middelbare school en pendel nu elke dag naar Diepenbeek, waar ik aan de universiteit studeer. Mijn familie is intussen ook hier. Dat brengt rust. Ik moet het nieuws niet meer angstvallig volgen om te weten wat er gebeurt en of ze nog leven. Vroeger nam ik elk telefoontje van mijn mama meteen op. Als ze nu ongelegen belt, durf ik al eens later terug te bellen. Ik moet wel veel voor hen regelen, vertalen en soms ook een beetje psycholoog spelen. Ze hebben veel meegemaakt. Misschien is er toch meer veranderd dan ik dacht (lacht).”
Hoe was het om je ouders terug te zien?
“Ik wist een week voor hun vertrek dat ze naar België konden komen. Natuurlijk was ik enorm opgelucht en blij met dat nieuws. Maar voor hen was het dubbel. Aan de stand van het Rode Kruis in Gaza kregen ze te horen dat ze niets mochten meenemen: geen kleren, geen eten, geen geld. Alles wat ze hadden opgebouwd, moesten ze achterlaten.”
“Toen ze dan eindelijk hier aankwamen, wist ik niet hoe ik moest reageren. We hadden elkaar drie jaar niet gezien. Mijn ouders hadden mij er altijd op voorbereid dat ze het misschien niet zouden overleven en we stuurden veel afscheidsberichtjes. En plots zag ik hen voor mij staan. Mijn mama begon meteen te huilen. We knuffelden en ik zei iets in het Arabisch. Iedereen begon te lachen, want blijkbaar sprak ik het fout uit.”
Mijn familie is intussen ook hier. Dat brengt rust.
“In het begin voelde ik me schuldig dat ik hen naar hier had laten komen. Het was moeilijk voor hen. Alles was nieuw en ze kenden niemand. Nu leren ze Nederlands en gaat het beter met hen.”
Wat studeer je?
“Biomedische Wetenschappen. Als kind moest ik ooit lang in het ziekenhuis blijven. Vanaf toen wilde ik dokter worden. In het zesde middelbaar twijfelde ik om me voor te bereiden op het ingangsexamen of mijn Nederlands verder te ontwikkelen. Uiteindelijk koos ik ervoor om eerst mijn taalvaardigheid te verbeteren. De taal is een belangrijke barrière voor mij. Tijdens die periode las ik over Biomedische Wetenschappen. Dat vond ik interessant, omdat ik nog steeds mijn doel kan bereiken: mensen helpen, maar dan op een indirecte manier.”
“We hebben een gezegde: ‘Doe waar je van houdt, totdat je houdt van wat je doet.’ Dat is wat ik vandaag doe. Ik ben gefascineerd door kennis over het menselijk lichaam en dat is precies wat ik studeer. Die inzet wordt gelukkig ook beloond met goede resultaten. Veel studenten studeren niet graag, maar ik geniet er echt van. Door de lange busritten stopte ik zelfs met voetballen om voldoende te kunnen studeren. Ook mijn broer en zus zijn blij dat ze hier opnieuw naar school kunnen. In Gaza ging dat meer dan drie jaar niet.”
Heb je nog contact met je pleegouders Katrien en Jan?
“Ja, door de week woon ik bij hen. In het weekend logeer ik bij mijn ouders. Bij Katrien en Jan kan ik mij concentreren, met mijn ouders blijf ik bijpraten. Katrien en Jan zijn ook echt familie geworden. Ze hebben mij zoveel gegeven. Dat kan ik nooit vergeten.”
(Sien)
KAMPIOENEN OP EN NAAST HET VELD
In maart 2024 trok ik mijn sportschoenen aan en deed ik voor de rubriek ‘Uitgetest’ een training mee bij de dames van RC Murphy’s Lommel. Spannend, maar vooral hartverwarmend: ik werd meteen opgenomen in een hechte ploeg. Nu, ruim twee jaar later, ontmoet ik hen opnieuw op hun club in Lommel.
Hoe is het met de damesrugbyploeg van Lommel?
Caroline: “Heel goed! We zijn dit jaar kampioen gespeeld. Een historisch moment voor Rugby Club Murphy’s Lommel: voor het eerst ooit werd onze damesploeg kampioen in de Challenge Divisie van Rugby België.”
Ik merk dat jullie intussen een nieuwe thuisbasis hebben.
Caroline: “Klopt. We hebben een nieuw clublokaal. Vroeger zaten we in een kleine container hier iets verderop.” Katrien: “Nu hebben we een volwaardige ruimte met goede douches, meer plaats en nieuw materiaal. Supporters kunnen hier ook binnen opwarmen in de winter, dus ze hebben geen excuus meer om niet te komen kijken (lacht).”

We hebben een nieuw clublokaal. Vroeger zaten we in een kleine container hier iets verderop.
Ik mis de voormalige captain Sophie Vande Kerkhof. Is zij er niet bij?
Katrien: “Helaas niet meer als speelster. Ze heeft pas een knieblessure gehad en moest geopereerd worden aan haar meniscus. Daardoor is ze moeten stoppen met spelen. Maar ze blijft gelukkig bij de ploeg als assistent coach. Ze kan het niet missen (lacht).”
Caroline: “Katrien heeft haar rol als captain overgenomen.”
Hoe zit het met de toekomst van de damesploeg?
Caroline: “Die ziet er goed uit. Onze U16 speelt mee in de Vlaamse selectie, dus er zit echt talent in de pijplijn. Ze hebben ook al eens met ons meegespeeld wanneer we speelsters tekortkwamen. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst.”
Katrien: “We blijven natuurlijk ook altijd op zoek naar nieuwe dames, met of zonder ervaring. Rugby is een sport die je hier echt kan leren. Op 11 augustus organiseren we open trainingen en daar is iedereen welkom. Dat is de ideale kans om het eens uit te proberen.”
Jullie bestaan ook 20 jaar. Is dat gevierd?
Caroline: “Ja, dat hebben we niet zomaar laten passeren. We hebben dat uitgebreid gevierd met eten, muziek en een geweldige sfeer. Het was de perfecte afsluiter van een prachtig seizoen.”
(Femke)
UIT DE KAST, IN HET HUWELIJKSBOOTJE
In mei 2024 vertelden Raf Vromans en Rob Rens in ons Stadsmagazine openhartig over hun coming out. Ze brachten een persoonlijk, kwetsbaar en tegelijk positief verhaal. Ik ben benieuwd wat het artikel teweegbracht bij henzelf en hun omgeving.

Hoe kijken jullie vandaag terug op dat artikel?
Rob: “Toegegeven, we stemden destijds toch met een bang hartje in met het interview. Maar achteraf gezien heb ik er geen seconde spijt van. We kregen alleen maar positieve reacties. Omdat ik zelf niet van Lommel afkomstig ben, heeft het artikel mijn integratie hier zelfs een duwtje in de rug gegeven.”
Raf: “We deelden het artikel ook op sociale media en kregen heel wat warme reacties van familie, vrienden en kennissen. Dat deed echt deugd. Want evident is het allerminst, in tijden waarin homohaat helaas nog de harde realiteit is.”
We deelden het artikel ook op sociale media en kregen heel wat warme reacties van familie, vrienden en kennissen.
Jullie hoopten dat jullie verhaal andere Lommelaars een hart onder de riem kon steken. Is dat gelukt?
Rob: “Via via hoorde ik dat onze getuigenis wel degelijk impact had, zeker bij jongeren. Uit de kast komen blijft voor veel mensen een drempel. Dan kan het helpen om te zien dat je niet alleen bent.”
Raf: “Zeker als je ziet welke verhalen soms in het nieuws komen. Je zou als jongere voor minder schrik krijgen om je te outen. Het onderwerp is vandaag zichtbaarder en bespreekbaarder dan ooit, maar de vooroordelen blijven en de reacties lijken zelfs harder te worden. Op dat vlak is er nog veel werk.”
Is er de voorbije twee jaar iets veranderd in jullie leven?
Raf: “We zijn intussen getrouwd. Heel traditioneel, met alles erop en eraan. Het pastorale zegeningsmoment in onze prachtige Sint-Pietersbandenkerk was voor ons heel belangrijk en emotioneel. De kerk zat afgeladen vol, we voelden ons enorm welkom.”
Rob: “We kozen bewust voor een klassiek trouwfeest. Dat zie je tegenwoordig niet zo vaak meer en net daarom vonden we het verfrissend. Het werd een geweldig feest. Vanaf de openingsdans tot vier uur ’s nachts stond de dansvloer vol. Misschien ook omdat er veel gays aanwezig waren. Ons moet je niet leren dansen (lacht).”
(Rik)
DE PASSIE VOOR BIJEN BLIJFT
Drie jaar geleden leerde ik Jule Ver Elst kennen. Met haar 16 lentes was zij de jongste imker van Lommel. Wellicht is ze dat vandaag nog steeds, maar ze merkt wel dat er meer interesse is gekomen in deze bijzondere hobby.
Is er veel veranderd binnen de imkerclub?
“De club bestaat nog steeds vooral uit oude mannen, maar er zijn nu wat meer vrouwen. Ook zijn er meer jongere mensen bezig met imkeren. Misschien heb ik hen wel geïnspireerd. Zelf heb ik er nu minder tijd voor, omdat ik door de week op kot zit in Leuven. In mei-juni, wanneer er veel werk is met de bijen, springen mijn ouders bij. Maar als ik kan, ben ik er wel nog mee bezig.”
Drie jaar geleden hadden jullie ‘maar’ een 7000-tal bijen. Hoeveel zijn dat er nu?
“Dat zullen er zo’n 200.000 zijn. We hebben nu vier kasten. Dat is genoeg. Ik schat dat we dit jaar 80 kilo honing gaan hebben. Daar eten we een beetje zelf van op en de rest verkopen we.”
Vormen de Aziatische hoornaars steeds meer een bedreiging?
“Dat is echt een probleem. Zij eten bijen op en zijn gevaarlijk voor de mens. Vorig jaar hebben wij maar liefst 20 nesten gevonden. Ik zou de lezers willen oproepen ook meer hoornaars te vangen en nesten te laten verwijderen.”
Heb je indertijd leuke reacties gekregen op het artikel?
“Ja, ik heb zelfs een doe-het-zelfpakket voor een bijenkast gekregen van een man die het artikel had gelezen. Eigen fanmail, zeg maar (lacht).”
We hebben nu vier kasten. Dat is genoeg. Ik schat dat we dit jaar 80 kilo honing gaan hebben.

Hoe reageren vrienden in Leuven op je hobby?
“Ze vinden dat vaak grappig en misschien ook een beetje raar. Maar ik heb ook heel andere interesses: ik speel veel gitaar en kook graag samen met vrienden.”
Toevallig staat je zus Jate ook in dit magazine. Heeft zij interesse in de bijen?
“Nee, zij is met andere dingen bezig. Maar als er mensen bij ons komen kamperen die meer willen weten over de bijen, dan geef ik graag een woordje uitleg.”
Moeten gasten niet bang zijn om gestoken te worden?
“Bijen sterven na een steek, dus dat gebeurt niet snel. Ik ben zelf nog altijd maar één keer gestoken. Papa daarentegen… Die is echt al honderden keren gestoken, maar dat is zijn eigen schuld. Die is niet voorzichtig (lacht).”
(Marie)
DE MOOISTE OOGST IS MENSEN ZIEN GROEIEN
Zeven jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het Groeiveld in Kattenbos. Die ontmoeting is altijd blijven hangen. Niet alleen omdat het een bijzondere plek is waar zorg, natuur en rust samenkomen, maar ook door de warme en gedreven manier waarop Geert Verpoorten zijn project vormgeeft. Omringd door dieren, kunnen bezoekers op adem komen tussen de velden en serres. Hier ontstaat iets wat vandaag zeldzaam is: een plek waar mensen gewoon zichzelf mogen zijn. Tijd om terug te blikken. Wat is er veranderd en wat drijft Geert vandaag nog altijd om verder te doen?

Het is een hele tijd geleden dat we elkaar spraken. Hoe is het Groeiveld in die 7 jaren geëvolueerd?
“In 2019 hadden we net een erkenning gekregen als groenezorginitiatief van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Daardoor kunnen mensen via persoonsvolgende financiering bij ons terecht voor dagbesteding. In de praktijk blijkt dat echter niet eenvoudig. Het zorglandschap is erg competitief geworden. Daarom hebben we onze werking verder uitgebreid met boerderijkampjes en dagopvang voor kinderen, vooral tijdens de vakanties. Dat is een groot succes. De basis van het Groeiveld is wel hetzelfde gebleven: we combineren nog altijd de zorgboerderij met een zelfpluktuin.”
Wat hebben jullie te bieden voor zorggasten?
“Onze doelgroep is heel divers. Mensen met een fysieke of mentale beperking vinden hier hun plek, maar ook mensen die nood hebben aan rust of een time-out. We bieden een zinvolle dagbesteding aan in een groene, prikkelarme omgeving. Geen gsm’s en niet te veel regels, wel ruimte om op eigen tempo mee te draaien op de boerderij. In de voormiddag werken we buiten, in de namiddag vullen de gasten hun dag in volgens hun eigen behoeften. Alles gebeurt op maat.”
De basis van het Groeiveld is wel hetzelfde gebleven: we combineren nog altijd de zorgboerderij met een zelfpluktuin.
Je zegt dat het niet makkelijk is om je plaats te vinden in het zorglandschap. Waarom blijf je dit toch doen?
“Omdat het me energie geeft. Veel jongeren die hier komen, hebben al heel wat meegemaakt en dragen een zware rugzak mee. Vaak is het de context waarin ze opgroeien die maakt dat ze moeilijk gedrag stellen. Hier krijgen ze de kans om even tot rust te komen en opnieuw zichzelf te zijn. Dat geeft enorm veel voldoening. Het mooiste is om te zien hoe jongeren op korte tijd positief kunnen veranderen. Ik hoop dat ze iets meenemen van hun tijd hier waar ze later nog iets aan hebben.”
Hoe gaat het met de zelfpluktuin?
“Heel goed. In 2020 startten we met 30 leden, vandaag zijn dat er al 130. De keuze om volledig in te zetten op biologische teelt was achteraf gezien één van de beste beslissingen die we konden nemen. Het vraagt veel tijd en energie, maar het heeft onze werking een enorme boost gegeven.”
Waar droom je zelf nog van?
“Ik hoop de zorgboerderij nog verder te kunnen uitbouwen, met extra mensen die mee hun schouders onder het Groeiveld zetten en bepaalde taken kunnen overnemen. Zo wil ik meer ruimte krijgen om tijd te maken voor wat echt telt: mijn kinderen. Deze zomer zet ik daarin alvast een eerste stap. Voor het eerst in jaren ga ik enkele dagen op vakantie met mijn oudste zoon, die 18 wordt. Gelukkig kan ik rekenen op mijn ouders, medewerkers en een groep enthousiaste vrijwilligers die mee het Groeiveld dragen. Daar ben ik heel dankbaar voor.”
(Greet)
